Programma

Heerhugowaard 2010-2014

INHOUD                                                                                                                                  Terug

A. Voorwoord
Voorwoord van fractievoorzitter Trees Huijboom

B. Inhoudelijk
1   INLEIDING;
2   DIENSTBARE OVERHEID;
2.1 ROL VAN GEMEENTE;
2.2 VEILIGHEID;
2.3 FINANCIËN;
3   DUURZAME LEEFOMGEVING;
3.1 RUIMTELIJKE ORDENING EN WONEN;
3.2 NATUUR, MILIEU EN KLIMAAT;
3.3 MOBILITEIT;
3.4 ECONOMIE;
4   BLOEIENDE SAMENLEVING;
4.1 JEUGD, GEZIN EN ONDERWIJS;
4.2 ZORG, WELZIJN EN SOCIALE ZAKEN;
4.3 SOCIALE SAMENHANG;

 
VOORWOORD

 

Op Woensdag 3 maart 2010 worden de verkiezingen voor de gemeenteraad gehouden. Als inwoner van Heerhugowaard heeft u het op die dag voor het zeggen. Welke koers moet onze gemeente varen in de periode 2010 tot 2014? Daaraan kunt u bij de gemeenteraadsverkiezingen een beslissende richting geven. Hieronder legt de ChristenUnie uit wat naar haar overtuiging die richting moet zijn en wat de ChristenUnie met uw stem hoopt te gaan doen, in de gemeenteraad en daarbuiten.
We hebben een aantal speerpunten, we hopen dat u zich kunt scharen achter onze keuzes.

Veel leesplezier!

Namens steunfractie en commissieleden van de ChristenUnie Heerhugowaard

Trees Huijboom
Fractievoorzitter

<Terug

1 Inleiding

Christelijk-sociaal: dienstbaar en duurzaam

De ChristenUnie is er voor u! Juist in moeilijke tijden willen wij als christelijk-sociale partij  de handen uit de mouwen steken en ons inzetten voor u en voor onze gemeente. Dat doen we vanuit onze persoonlijke betrokkenheid bij onze samenleving en vanuit onze christelijke overtuiging.

De ChristenUnie heeft oog voor mensen, hun welbevinden en hun relaties. Niemand leeft voor zichzelf en niemand mag aan zijn eigen lot worden overgelaten. We geloven dat mensen tot bloei komen als ze zich voor elkaar verantwoordelijk voelen en zorg dragen voor elkaar. We zetten ons daarom in om onmenselijke situaties van verslaving, armoede en eenzaamheid tegen te gaan en te voorkomen. De ChristenUnie wil alles doen wat in haar vermogen ligt om mensen tot hun recht te laten komen. Dat kunnen we niet alleen.

Als inwoners van onze gemeente zijn we geen losse eenheden die met de rug naar elkaar toe staan. We zijn als mensen en samenlevingsverbanden op elkaar aangewezen. Wij willen daarom ruim baan geven aan die gemeenschappen waarin zorg en verantwoordelijkheid opbloeien. Gezinnen, scholen, kerken, bedrijven en organisaties van burgers (sportclubs, verenigingen e.d.) vormen de basis van de samenleving. Daarin wil de ChristenUnie investeren.

Religieuze en culturele verschillen kunnen in de praktijk lastig zijn, maar als we elkaar de ruimte geven en elkaar respecteren, dan kan diversiteit de gemeenschap versterken. Wij willen ons inzetten voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en voor het bijzonder onderwijs.

Wij willen ons inzetten voor duurzame economische ontwikkeling. Goede zorg voor de schepping en dus voor mens, natuur, landschap en milieu heeft onze grote aandacht en betrokkenheid.

Het is een belangrijke taak van de gemeente om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Met elkaar kunnen we iets doen tegen hufterigheid op straat en vervuiling van onze leefomgeving.

Echter, de overheid heeft niet alles in de hand. De politiek kan niet alles oplossen. We hebben elkaar nodig. In de vorige raadsperiode zijn er veel goede dingen gebeurd. Samen kunnen we verder bouwen om het mooie van onze gemeente verder te ontwikkelen. Wij zullen daar van onze kant alles aan doen, daar kunt u van op aan.
Als christenen in de politiek beseffen we ook dat de bloei van onze gemeente afhangt van de zegen van God. We zien uit naar de komende vier jaar en rekenen op uw steun!

<Terug

 
2 Dienstbare overheid

Bij de gemeenteraadsverkiezingen mag u als burger uw lokale vertegenwoordiging kiezen. De kiezers bepalen de samenstelling van de gemeenteraad. Die volksvertegenwoordiging staat aan het hoofd van de gemeente.
Na de verkiezingen gaan de gekozen politici van de verschillende partijen onder leiding van de grootste partij of een informateur onderhandelen over wie met elkaar de coalitie gaan vormen en dus de wethouders gaan leveren.
Het college van burgemeester en wethouders gaat de gemeente besturen. De gemeenteraad stelt daarvoor vooraf de kaders en controleert achteraf. College en raad hebben dus eigen verantwoordelijkheden, maar zijn samen verantwoordelijk voor het bestuur van onze gemeente. Dat gemeentebestuur moet niet gericht zijn op zichzelf, maar op de samenleving en op het algemeen belang.

De bestuursperiode van 2010 tot 2014 kenmerkt zich net als de afgelopen periode door een groeiende verantwoordelijkheid van gemeenten. De afgelopen jaren zijn allerlei taken gedecentraliseerd (overgedragen van het Rijk naar de gemeenten), bijvoorbeeld op het gebied van werk, bijstand, inburgering, zorg en welzijn. De gemeente wordt steeds meer gezien als de overheid waar het beleid begint. Een overheid die zelfstandig taken uitvoert. De ‘eerste overheid’, wordt het ook wel genoemd. Heerhugowaard staat voor de uitdaging deze versterkte positie om te zetten in resultaat. Dat vraagt om visie en bestuurskracht, om een betrouwbare en daadkrachtige overheid.

De gemeente is ook een dienstbare overheid en bondgenoot van de samenleving. Dat betekent niet mensen plat knuffelen of betuttelen. Dat betekent wel zoveel mogelijk verantwoordelijkheden in de samenleving laten of daar terugleggen. Het betekent op z’n minst verantwoordelijkheden delen met partners in de samenleving. De gemeente ondersteunt daarbij, faciliteert en stelt grenzen waar nodig. Op deze manier draagt de overheid bij aan een bloeiende samenleving.

De ChristenUnie staat dicht bij de burger en zet daarom buurten, wijken en kernen centraal. ChristenUnie-politici willen betrouwbaar zijn en open en transparant hun afwegingen maken. Dienstbaarheid is niet soft en is ook niet alleen maar dienstbaarheid aan burgers (niet alleen maar ‘u vraagt, wij draaien’). Het is ook dienstbaarheid aan het algemeen belang en aan de publieke gerechtigheid. Daarin heeft de overheid ook een duidelijke eigen verantwoordelijkheid.

In de volgende paragrafen willen we u vertellen over hoe we de rol van de gemeente, veiligheid en financiën zien in onze gemeente voor de komende jaren.

<Terug

2.1 Rol van gemeente

Trends en ontwikkelingen
De positie van de gemeente wordt steeds belangrijker. Het Rijk en de provincies decentraliseren allerlei taken naar het lokale niveau. Die vele en vaak nieuwe taken vragen om een goed toegerust ambtenarenapparaat en een efficiënte uitvoering. Mede daardoor is er ook een tendens naar schaalvergroting. Naast de traditionele herindeling werken ook zelfstandige gemeenten steeds meer samen, in gemeenschappelijke regelingen en in nieuwere constructies als het Samen En Toch Apart-model (SETA).
Ook door ontwikkelingen als de veiligheidsregio en de inzet van veel provincies is de druk tot intergemeentelijke samenwerking toegenomen.
De gemeente moet kunnen aantonen dat zij in staat is tot effectief en efficiënt handelen. Periodieke bestuurskrachtmetingen en allerlei bench marks (onderlinge vergelijkingen tussen gemeenten) krijgen steeds meer voet aan de grond. Daarbij wordt nog wel eens vergeten dat niet alles in cijfers uit te drukken valt.

De visie van de ChristenUnie
Met de decentralisatie komen veel taken terecht op gemeentelijk niveau. Dat past bij visie van de ChristenUnie. De gemeente staat het dichtst bij de burger en voor die zaken die bij uitstek de burger treffen is dit het beste niveau van uitvoering en verantwoording. Het Rijk moet daar ook voldoende middelen voor geven.
De gemeente heeft haar eigen set van taken, waar zij greep op moet kunnen houden. Door schaalvergroting en intergemeentelijke bestuursvormen zien wij vaak de verantwoordelijkheden vertroebelen. Ook herkent de burger zich vaak niet meer in zijn bestuur. De ChristenUnie waardeert de lokale gemeenschappen en hecht aan het eigene van de lokale gemeenschap.. Een herindeling slechts gemotiveerd door de kwantiteit (bijvoorbeeld het aantal inwoners) verdient niet onze steun. Daarom juichen we samenwerkingsverbanden met Alkmaar en Langedijk toe, maar zijn we voorstander van de zelfstandigheid van deze drie gemeenten. Tegelijkertijd zoekt de ChristenUnie altijd de constructieve samenwerking met omliggende gemeenten, de regio en de provincie.

Deze lijn doortrekkend binnen de gemeente wil de ChristenUnie ook serieus kijken naar mogelijkheden om wijken meer eigen verantwoordelijkheden te geven, zo mogelijk ook met eigen budgetten. Deze periode moet er meer aandacht van het college zijn voor de wijkpanels.

Binnen de lokale overheid zien wij een wijzigende rol van de burgemeester, als zelfstandig bestuursorgaan. De bevoegdheden zijn groot en door de tijd heen verruimd. Zo is de burgemeester lid van het regionaal College, lokale driehoek (politie) en veiligheidsregio. Ook kan hij tijdelijke huisverboden en gedwongen opvoedingsondersteuning opleggen. Verantwoordelijkheid vraagt verantwoording afleggen aan een democratisch gelegitimeerd orgaan. Hier ontbreekt het te vaak aan. De ChristenUnie wil dit dan ook veranderen.


De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • Het is belangrijk om burgers in een vroeg stadium te betrekken en te activeren. De gevoelens van de kiezer nemen wij serieus, zoals past bij een dienstbare overheid zonder te vervallen in een ‘u vraagt, wij draaien’-mentaliteit.
  • Wij willen helderheid bieden aan de burger. We willen processen meer vereenvoudigen.
  • Wij kunnen zichtbaar maken wat de burger van ons kan verwachten met servicenormen en een burgerhandvest. Wij opteren voor een gemeentelijke organisatie, gemaakt voor de burger / ondernemer en ingericht vanuit de ‘één loket’-gedachte.
  • Wij willen een duidelijke samenwerking tussen raad en College. Samenwerken vraagt helder inzicht in de eigen rollen en de bereidheid de ander de ruimte te geven. De raad kan zich versterken in haar kaderstellende rol (startnoties maken), volksvertegenwoordigende rol (de wijkschouw, vergadervormen die aansluiten bij de burgers e.d.) en controlerende rol.
  • Burgemeester en college dienen zich naar de raad te verantwoorden voor hun inzet in gemeenschappelijke regelingen, regionaal college (politie), driehoek en veiligheidsregio.
  • De ChristenUnie staat een sobere overheid voor die ruimte geeft aan het particuliere initiatief.
  • De inzet op maatschappelijk terrein buiten de gemeentegrenzen is slechts bij uitzondering een zaak van de gemeente. Stedenbanden moeten echt een zinvolle bijdrage leveren, en niet drijven op een paar enthousiastelingen of lijden aan het ‘schoolreisjes gevoel’.
  • Wij willen bevorderen dat millenniumdoelstellingen behaald worden zonder te vervallen in bemoeizucht en het voor de burger te willen oplossen. Waar wij zelf aan zet zijn geven wij het goede voorbeeld (zie ook het volgende hoofdstuk).

<Terug


2.2 Veiligheid

Trends en ontwikkelingen
Integraal veiligheidsbeleid krijgt steeds meer aandacht. Denk aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen, de Handreiking Veilig Uitgaan, het Keurmerk Veilig Ondernemen, de Veiligheid-effectrapportage en BIBOB, maar ook de aansluiting bij de veiligheidsregio’s is een goed voorbeeld.
In toenemende mate staat het gedoogbeleid met betrekking tot coffeeshops onder druk. Steeds duidelijker wordt de enorme betrokkenheid van de criminele sector bij de drugshandel. En ook de criminele overlast van die drugshandel. Daardoor ontwikkelen zich twee stromingen. De ene stroming is voor sluiting van de coffeeshops. De andere stroming wil de coffeeshops legaal bevoorraden door bijvoorbeeld een gemeentelijke wietplantage.
Bij de drankketen zijn ook twee sporen te herkennen: totale sluiting versus regulering (die moet leiden tot uitsterven dan wel sterke vermindering).
Het beleid van de politie is steeds meer afgestemd op kengetallen en landelijk en lokaal aangedragen aandachtspunten. Een onrustige wijk krijgt daardoor extra aandacht, maar zodra de onrust weg is, is ook de extra aandacht weg. Structurele aandacht voor zo’n wijk en preventieve aanpak van de problemen moet dan vanuit de gemeente komen.
De inzet van particuliere beveiligingsbedrijven neemt toe. Er is de neiging om deze bedrijven ook in te zetten in probleemwijken. Vooral als er een capaciteits- of prioriteitsprobleem bij de politie is. Veiligheid is subjectief. Toch verschijnen er steeds vaker veiligheidsmonitors met kengetallen. Deze gegevens zijn goed bruikbaar maar wel een valkuil voor lokaal ad hoc beleid. Ad hoc beleid moet worden ingezet voor incidenten, het langere termijn beleid moet incidenten voorkomen. Burgernet, een samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie, is een nieuw initiatief om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen..

De visie van de ChristenUnie
De overheid is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Maar ook burgers, zowel individueel als collectief, hebben hierin een rol. Overheid en burgers werken samen aan een veilige en leefbare samenleving, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheden.
De overheid staat voor een duidelijke handhaving van normen en waarden. Vertegenwoordigers van de lokale driehoek (burgemeester, politie en justitie) hebben daarin elk hun eigen taak en zorgen voor een nauwe, efficiënte en doeltreffende samenwerking.

Ook het voorkómen van normoverschrijdend gedrag is belangrijk. Handhaving en preventie dienen in evenwicht te zijn. Partners in preventie zijn onder andere welzijnswerk, jeugdzorg, onderwijs en gezondheidszorg. Samenwerking tussen al deze partijen is van belang, maar mag niet uitmonden in overleg zonder resultaten. De gemeente kan hierin een (pro-)actieve en regisserende rol vervullen. Integrale aanpak van het veiligheidsbeleid is daarom noodzakelijk. De gemeenteraad kan daarvoor de gewenste kaders vaststellen.

Burgers zijn actief betrokken bij veiligheid op straat, in de wijk en in huis. Burgers zijn de oren en ogen van de politie. Overlastgevend en crimineel gedrag moeten daarom blijvend gemeld worden bij de politie. Burgers spreken hun medeburgers aan op ongewenst en asociaal gedrag waarbij hun eigen veiligheid natuurlijk niet uit het oog mag worden verloren. Burgers hebben respect voor hun medeburger, andermans eigendommen en de leefomgeving. De gemeente kan de inzet van de burgers versterken door meer BOA’s (Buitengewoon Opsporingsambtenaren) in te zetten. Deze zijn het aanspreekpunt voor de burgers en zo een verlengstuk van de politie. Zij kunnen de politie ontlasten bij parkeer- en verkeersovertredingen.
Aanpak van probleemjongeren: hard als het moet, zacht als het kan.

Voor de ChristenUnie kan er geen sprake zijn van het gedogen van drugs, coffeeshops, drankketen, (illegale) prostitutie en andere situaties die veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Gedogen is geen oplossing, het creëert alleen maar weer nieuwe problemen. De overheid stelt duidelijk wat wel en niet mag en heeft oog voor onderliggende problemen.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • We zijn voorstander van verruiming van de openingstijden van het politiebureau en uitbreiding van de BOA’s.
  • We wensen een blijvende inzet voor een voldoende sterk en geoefend brandweerkorps met veel aandacht en waardering voor de inzet van de vrijwillige brandweer.
  • We zijn voorstander van blowverboden op specifieke plaatsen (zoals speelplaatsen of plaatsen waar overlast is) en in de openbare ruimte.
  • Er moeten lagere drempels komen voor het doen van aangifte
  • We willen via actief beleid de kosten van vandalisme op de daders kunnen verhalen; we willen regelmatig de resultaten hiervan publiceren en de omvang van schade ten gevolge van vandalisme door middel van een ‘vandalismemeter’ laten zien
  • Versterken van de sociale samenhang tussen mensen en groepen mensen door het faciliteren van wijkplatforms, buurtverenigingen, buurtfeesten etc. (zie ook paragraaf 4.3)
  • Voorkomen van vestiging van gokhallen, bordelen en coffeeshops
  • We willen geen tweede coffeeshop in de gemeente.
  • We zijn voorstander van de agent in de klas. Veel korpsen geven voorlichting in de klas geen prioriteit meer, maar het is zo belangrijk dat jongeren hun wijkagent op een goede manier leren kennen.

<Terug


2.3 Financiën

Trends en ontwikkelingen
In onze samenleving lijkt het vaak alsof alles draait om geld. Hoewel de begroting van een gemeente vol cijfers staat, gaat het uiteindelijk niet om die cijfers maar om het verhaal achter de cijfers. Het gaat om het beleid. Beleid maken betekent keuzes maken: waaraan mag hoeveel geld besteed worden? De invoering van de dualisering in het gemeentebestuur in 2002 heeft geleid tot de ontwikkeling van een programmabegroting. Grote winst van een goede programmabegroting is de juiste mix van beschrijving van beleidskeuzes en het weergeven van de financiële vertaling daarvan. De ruimte voor een eigen gemeentelijk belastinggebied lijkt steeds kleiner te worden. De laatste jaren wordt bij de controle van de gemeentelijke bestedingen steeds meer aandacht besteed aan de vraag of gelden doelmatig en rechtmatig zijn besteed. De ChristenUnie juicht deze ontwikkeling toe. De gemeenteraad en het College van B&W - en het ambtelijk apparaat - moeten steeds in onderlinge samenwerking alert blijven op deze ijkpunten. Er moet duidelijkheid verschaft worden over gemaakte keuzes en er moet begroot en verantwoord worden op basis van heldere normen.

De visie van de ChristenUnie
Inwoners worden steeds mondiger en vragen verantwoording van de gemeente. De ChristenUnie staat hier positief tegenover omdat het terecht is dat het bestuur in het openbaar verantwoording aflegt. Het gaat over de besteding van publieke middelen. Het is de dure plicht van het gemeentebestuur om duidelijk te maken waaraan ze haar geld uitgeeft en hoe dit bijdraagt aan de bloei van de gemeente, zeker in economisch moeilijkere tijden.


Financieel beheer
Het gemeentebestuur heeft de plicht om jaarlijks te zorgen voor evenwicht tussen inkomsten en uitgaven: een reëel sluitende begroting is de norm. Een meerjarenraming is noodzakelijk om op middellange termijn goed zicht te houden op de financiële situatie van de gemeente.
Het opbouwen en bewaken van een goede reservepositie is belangrijk om eventuele tegenvallers op te vangen. Bestemmingsreserves en voorzieningen moeten regelmatig getoetst worden op de actuele behoefte.

Belasting en tarieven
De OZB is de belangrijkste belasting die de gemeente ‘vanaf haar eigen grondgebied’ mag heffen. De hoogte van de OZB-tarieven is bij uitstek een politieke afweging. De ChristenUnie vindt dat bij de vaststelling van de OZB-tarieven de volgende onderdelen moeten worden betrokken:
· financiële positie van de gemeente
· ambitieniveau van de gemeente
· het totaalplaatje van de eigen belastingen en heffingen, in relatie tot andere gemeenten.
De tarieven van de OZB mogen geen sluitpost van de begroting vormen waarmee naar believen tekorten kunnen worden gedekt. De jaarlijkse aanpassing van de OZB-tarieven moet plaatsvinden op basis van heldere beslisregels.
Het heeft de voorkeur om dit bij aanvang van een nieuwe raads- en collegeperiode in beleidsuitgangspunten vast te stellen.

De ChristenUnie vindt dat het gemeentebestuur zich terughoudend moet opstellen waar het gaat om het verhogen van de lastendruk voor de inwoners. Efficiëntieverbetering moet een voortdurend proces zijn onder andere om de lokale lastendruk binnen de perken te houden.
Indien de financiële draagkracht van burgers daartoe aanleiding geeft, behoort kwijtschelding van verschuldigde belasting(en) en heffingen in individuele gevallen tot de mogelijkheid. Het gemeentebestuur maakt duidelijk op welke wijze een verzoek tot kwijtschelding kan worden ingediend. Het kwijtscheldingsbeleid is een belangrijk onderdeel van beleid in de strijd tegen sociaal isolement en armoede. Het College van B&W moet zich inspannen om het kwijtscheldingsbeleid bekend te laten zijn bij de groepen waarvoor het bedoeld is.

Grondbedrijf
Het college van B & W verschaft de gemeenteraad c.q. de raadscommissies minimaal één maal per jaar een overzicht van de exploitatie van het Grondbedrijf. Dit overzicht moet binnen drie maanden na afloop van het boekjaar beschikbaar zijn. De Raad krijgt hierdoor inzicht in de financiële situatie van het grondbedrijf en van de onderscheiden grondcomplexen. Ook indien er geen grondbedrijf noodzakelijk / aanwezig is, zal het college de raad jaarlijks inzicht geven in de grondexploitaties door middel van een Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG).

Risicomanagement
Bij de begroting en de jaarrekening moet ruime aandacht worden geschonken aan de risicoparagraaf. De belangrijkste risico’s moeten worden benoemd en van bedragen worden voorzien. Hierdoor kan er begrotingstechnisch rekening met deze risico’s worden gehouden.
De vorige raadsperiode is het risicomanagement in gang gezet. Zeker met de risico’s die de gemeente loopt met de ontwikkeling van bedrijventerrein “De Vork” dienen de risico’s voortdurend te worden benoemd, opdat hier adequaat op kan worden gereageerd.

Treasury-statuut
In het najaar van 2008 heeft de wereld gemerkt dat banken kunnen omvallen. Omdat gemeenten met publieke middelen omgaan, moet het treasury-statuut goed op orde zijn. In ieder geval moet duidelijk en solide worden omgegaan met het uitzetten van tijdelijk ‘overtollige’ middelen, spaargelden en beleggingen

Subsidiering
Financiële ondersteuning van maatschappelijke activiteiten is een hulpmiddel om de samenleving tot bloei te laten komen. De ChristenUnie staat dan ook positief tegenover het subsidiëren van bijvoorbeeld sportverenigingen, culturele activiteiten en – voorzieningen. In beleidsnota’s moet helder worden vastgelegd wat de bedoeling is van gemeentelijke financiële ondersteuning en welke effecten van de subsidie verwacht worden. De zorgvuldigheid eist dat ook veel aandacht wordt besteed aan de subsidiegrondslagen.
Het subsidiebeleid moet zijn vastgelegd in een algemene subsidieverordening en in goed onderbouwde uitvoeringsbesluiten.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • De te subsidiëren activiteiten/voorzieningen moeten duidelijk omschreven zijn.
  • Eigen verantwoordelijkheid van particulieren en organisaties wordt benadrukt. Subsidies betekenen in beginsel een aanvulling op eigen financiële middelen. Verenigingen zullen altijd reële contributies moeten heffen.
  • Het is zinvol om regelmatig de hoogte van de structurele subsidies te herijken (zero-based budgetting).
  • Subsidie kan alleen gegeven worden voor activiteiten/voorzieningen die algemeen toegankelijk zijn. Dit geldt ook voor organisaties die werken vanuit een bepaalde levensbeschouwing. Activiteiten die gericht zijn op levensbeschouwelijke vorming, worden niet gesubsidieerd.
  • Activiteiten/voorzieningen die in strijd zijn met de normen en waarden die ons in de Bijbel gegeven zijn en/of die in strijd zijn met algemene fatsoensnormen of de goede zeden, komen niet in aanmerking voor gemeentelijke subsidie.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • Jaarlijks een sluitende begroting, zowel bij de structurele gelden als bij de ‘eenmalige’ gelden.
  • Helderheid over het ‘meerjarenperspectief’ waarbij gemaakte keuzes in beginsel als taakstellend moeten worden beschouwd.
  • Raad en College moeten blijvend streven naar verhoging van de informatiewaarde van de programmabegroting.
  • Goede afweging van ambitieniveau van de gemeente en de hoogte van de gemeentelijke lasten.
  • Veel aandacht voor lange termijn aspecten van de begroting, zoals goede planning van onderhoudbudgetten, en degelijke investeringsramingen.
  • Structurele lasten moeten met ‘structurele middelen’ worden gefinancierd.
  • Het College doet jaarlijks verslag van de kostendekkendheid van de verschillende heffingen. De gemeenteraad kan haar kaderstellende taak inhoud geven door voor belangrijke heffingen de gewenste dekkingsgraad vast te leggen. Te denken valt aan de dekkingsgraad van de afvalstoffenheffing of de dekkingsgraad voor de begraafplaatsen.

<Terug
 
3 Duurzame leefomgeving

Een centraal begrip bij de ChristenUnie is verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid voor mensen en de inrichting van de samenleving, maar ook verantwoordelijkheid voor natuur en milieu. Ook dat is christelijk-sociaal.
De ChristenUnie hecht bijzondere waarde aan een duurzame leefomgeving. Wij willen als goede rentmeesters op een verantwoordelijke en dus duurzame manier omgaan met de schepping. Dat bepaalt onze keuzes op terreinen als natuur, energie en klimaat, maar ook op het gebied van afval, mobiliteit en bebouwing.

Wij zijn beheerders van Gods schepping, niet de verbruikers ervan. Hoewel veel milieu- en klimaatbeleid op Europees, of zelfs op wereldniveau gemaakt wordt, levert ook Heerhugowaard een bijdrage. Allereerst via haar voorbeeldfunctie. Heerhugowaard is een ‘millenniumgemeente’ en heeft ambitieuze plannen om in het volgende decennium ‘klimaatneutraal’ te zijn.
De gemeente kan verder werken aan het energiezuinig maken van haar gebouwen, groene stroom en gas inkopen en in de kantine duurzaam geproduceerde producten aanbieden. Daarnaast kan de gemeente lokale klimaatinitiatieven ondersteunen, zoals het plaatsen van windmolens of het benutten van aardwarmte en het bevorderen van energiebesparing bij het bedrijfsleven en het midden- en kleinbedrijf.

Verduurzaming is niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk. Soms is het lastig draagvlak te vinden. Niemand wil een kolencentrale in de achtertuin, maar vaak ook geen windmolen. Soms is het financieel moeilijk, maar duurzaamheid mag geen sluitpost zijn op de begroting.
Het is de taak van de gemeentelijke overheid zulke belangenafwegingen te maken. Niets doen is geen optie meer.

De verschillende belangen zoals groen, water, wonen, en wegen overvragen de beschikbare ruimte. Het wordt steeds belangrijker dat de overheid duidelijke ruimtelijke keuzes maakt. De belangen van bestaande en nieuwe ruimtevragers moeten goed worden afgewogen. De overheid moet daar zijn werkwijze op aanpassen. Integraal en gebiedsgericht werken zal opgezet en uitgebouwd moeten worden. De overheid heeft daarbij niet meer alle kaarten in handen, maar treedt vaak op als overlegpartner of als regisseur in het speelveld met andere partijen.

Samenwerking vraagt om overleg met velerlei betrokkenen, zoals mede-overheden, grondeigenaren en belangenorganisaties. Dat vergt veel tijd. Maar door belanghebbenden in het voortraject goed te betrekken, kunnen vaak bezwaren later in het proces worden ondervangen. De nadruk moet liggen op participatie, om langdurige (en kostbare) juridische procedures te voorkomen. Dit sluit aan bij de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, waar het accent ligt op overleg vooraf in plaats van toetsing achteraf.

Samenwerken kan ook heel goed in het beheer van de openbare ruimte. In projecten als ‘Schoon, heel en veilig’ werken gemeente, politie, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties samen aan een leefbare samenleving.

In de volgende paragrafen vertellen we u graag over onze standpunten op het gebied van ruimtelijke ordening, wonen, groen, natuur, mobiliteit en nog veel meer.

<Terug


3.1 Ruimtelijke ordening en wonen

Trends en ontwikkelingen
Ruimte is een schaars goed. Wonen, industrie, landbouw en natuur strijden om een plekje op de Nederlandse kaart. De druk is niet overal even groot. Toch is het goed om na te denken over het ruimtevraagstuk. Nederland zal zich blijven ontwikkelen. Keuzes die we nú maken, zijn bepalend voor de leefomgeving van toekomstige generaties. Het gaat om een evenwichtige keuze tussen ecologie en economie. Met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, op 1 juli 2008 in werking getreden) is het primaat bij gemeenten komen te liggen: decentraal wat kan, centraal wat moet. Gemeenten moeten hun regierol in het ruimtelijke ordeningsbeleid oppakken. Op die manier kunnen zij vanuit de lokale samenleving sturing geven aan het ruimtevraagstuk, zowel kwantitatief als kwalitatief.

De visie van de ChristenUnie
De ChristenUnie vraagt aandacht voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Lange tijd ging het bij ruimtelijke ontwikkelingen vooral om kwantiteit en dat was ook nodig: er moest gebouwd worden om tegemoet te komen aan de vraag naar onder andere huisvesting en bedrijventerreinen. De recente economische en demografische ontwikkelingen geven echter ruimte om te investeren in kwaliteit

De ChristenUnie wil over de structuurvisie het debat zoeken met de samenleving: bewoners, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven, scholen etc. Zo creëren we betrokkenheid. Burgers verdienen rechtszekerheid. Daarom moeten er actuele bestemmingsplannen zijn, die digitaal kunnen worden ingezien. Open ruimten zijn onmisbaar: pleinen, groenstroken, parken, speeltuinen en oppervlaktewater. Het zijn de ‘longen’ van dorp of stad. Binnenstedelijk bouwen is goed, maar de leefbaarheid mag niet in het geding komen. Het huisvestingsbeleid van Heerhugowaard moet aansluiten op de behoefte. Demografische ontwikkelingen laten zien dat de groep 1-persoons huishoudens sterk zal groeien en tegelijkertijd dat de bevolkingsaantallen niet meer groeien of zelfs dalen..
We kiezen voor een realistische koers. Soms is het beter om niet meer te groeien in kwantiteit, maar te groeien in kwaliteit.Tijdens het afronden van Stad van de Zon en van de Draai is het tijd om te investeren in de woonomgeving van de bestaande wijken. 
Het groene buitengebied is niet het restgebied tussen dorpen en steden, maar verdient een eigen visie op de inrichting. De verrommeling moet worden tegen gegaan.

De landbouw is op veel plaatsen essentieel als drager van het buitengebied. Tegelijkertijd is deze bedrijfstak in ontwikkeling door schaalvergroting, verbreding (nevenactiviteiten) en verdieping (biologische landbouw). Bij een visie op het buitengebied is het noodzakelijk dat er duidelijkheid komt over het toekomstperspectief van de landbouw, waarbij alle belangen in het buitengebied tegen elkaar zijn afgewogen.

Een ondernemersfonds kan bijdragen aan het opknappen van verouderde bedrijventerreinen.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • We kiezen voor zoveel mogelijk behoud van het groen. We zijn voorstander van meervoudig ruimtegebruik. Uitbreiding is in principe niet aan de orde zolang uitbreidingslocaties beschikbaar zijn.
  • Na het realiseren van “De Draai” willen wij geen grote uitleggebieden meer waar woningen gebouwd zouden gaan worden, tenzij dit op uitdrukkelijk verzoek van de bewoners zou zijn. Een voorbeeld hiervan is het project “Kompas op de Noord” wat is ontstaan op verzoek van en in nauw overleg met bewoners en gemeente.
  • We willen verrommeling van het buitengebied tegen gaan. De ChristenUnie pleit voor landschapontwikkelingsplannen en landschapsfondsen. Het landschappelijk, karakteristiek beeld van de linten zoals De Middenweg moeten we koesteren.
  • Ook zijn we een warm voorstander van herstructurering van bedrijventerreinen en de ontwikkeling van het duurzaam bedrijventerrein “De Vork”.
  • We willen extra aandacht geven aan de openbare ruimte, aan duurzaam bouwen en levensloopbestendig wonen.
  • We zijn voorstander van bouwen voor de vraag. Het huisvestingsbeleid van de gemeente moet gericht zijn op verschillende doelgroepen. In het bijzonder noemen we de eenpersoonshuishoudens (jongeren, alleengaanden, ouderen) een groep die de komende jaren flink zal toenemen.

Een klimaatbestendig ruimtelijk beleid

  • Ook gemeenten moeten zich in hun ruimtelijk beleid rekenschap geven van klimaatverandering.
  • We willen dat er een rioleringsplan is waarin rekening wordt gehouden met hevige regenval (afvoercapaciteit). Door het relatief schone regenwater ‘af te koppelen’ van het riool, kan het aantal vuil water overstorten worden gereduceerd. Er dient gekeken te worden naar mogelijkheden voor afkoppeling. Bij reconstructies van wegen, van parkeerterreinen en bij inbreidingsplannen dient hier specifiek op gelet te worden.
  • De bekende trits ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ laat zich ruimtelijk vertalen door te zorgen voor voldoende oppervlaktewater in stedelijk gebied en waterbergingslocaties in het buitengebied. Het gemeentelijk waterbeleid laat zich dan ook het beste vertalen in een goed gemeentelijk waterplan waarin aandacht gegeven wordt aan zowel het oppervlaktewater en het grondwater. Waar nodig dient het waterplan geactualiseerd te worden. Betrokkenheid van de inwoners is hierbij een belangrijke vereiste.
  • We zijn voorstander van een maatschappelijk debat over water, waterconsumptie en waterveiligheid. We zijn vergeten dat we in een delta wonen: ‘leven met water’ moet weer tussen onze oren komen!

<Terug


3.2  Natuur, milieu en klimaat

Trends en ontwikkelingen
We kunnen er intussen niet meer omheen: het klimaat verandert. Ook al zouden we met directe ingang de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen drastisch verminderen, dan nog zal de klimaatverandering de komende decennia doorgaan. Het begrip duurzaamheid heeft in dit kader een extra dimensie gekregen. Een uiterst belangrijk begrip, maar wel op de juiste manier te gebruiken: niet te veel meer praten en schrijven, aan de slag er mee!

In het licht van de klimaatontwikkeling is energieverbruik een belangrijk thema. Energie labeling van gebouwen, ook al komt het moeizaam van de grond, kan hierin een goede rol spelen.
Een andere ontwikkeling die zijn beslag moet gaan krijgen in de komende periode, is de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Binnen de Wabo moeten circa 25 regelingen samen worden gebracht die de fysieke leefomgeving betreffen. Het gaat hierbij om bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen, die gebundeld worden tot Omgevingsvergunning. Deze ontwikkeling kan en moet, mits zorgvuldig voorbereid en ingevoerd, tot een aanzienlijke verbetering van de dienstverlening door de overheid leiden.
Op gebied van afval zijn er ontwikkelingen, zoals het nieuwe Landelijk afvalbeheerplan (LAP) 2009-2021, die aanzetten geven tot integraal materiaalketenbeleid (cradle to cradle). De doelstelling van gemiddeld 60% hergebruik van het huishoudelijk afval in 2015 moet haalbaar zijn.

De visie van de ChristenUnie
Wij hebben de schepping van onze Schepper ontvangen om deze op een juiste wijze te bebouwen en te bewaren. Dat mag niet op de korte termijn gericht zijn. Ook volgende generaties moeten kunnen voortborduren op door ons ingezette acties. Vanuit ons christelijk geloof, dat ons leert om God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf, moeten wij activiteiten gericht op milieu, natuurbeheer en klimaat ontplooien.
Met onze naaste wordt niet alleen diegene die wij direct kennen bedoeld. Ook mensen die elders leven (en vaak minder bedeeld zijn dan wij) moeten kunnen profiteren van de positieve gevolgen van ons handelen. Een goede verhouding tussen consumptie en milieu is daarbij essentieel.
Dat betekent dat ook in financieel mindere tijden een daadkrachtig milieubeleid op peil moet blijven.

Doordat veel milieutaken gedecentraliseerd zijn heeft de gemeente een belangrijke rol bij de uitvoering van het beleid. De gemeente is op basis van de Wet Milieubeheer verplicht tot het vaststellen van een integraal milieubeleidsplan. Dit zal een helder en up-to-date plan moeten zijn.

De ChristenUnie staat volledig achter de doelen zoals die zijn verwoord in het klimaatakkoord dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk (Ministerie VROM) hebben gesloten:
· Een reductie van de uitstoot van broeikasgassen van 30% in 2020 (ten opzichte van 1990). Hierbij gaat het om zowel CO2 als de overige broeikasgassen zoals methaan en lachgas.
· Een energiebesparingspercentage van 2% per jaar.
· Een aandeel van hernieuwbare energiebronnen (duurzame energie) van 20% in 2020. 

30% CO2 reductie is op zich vele malen beter dan niets, maar nog altijd vele malen slechter dan het hoogst haalbare: energietransitie (de overgang van fossiele naar duurzame brandstoffen, zoals energie uit zon en wind). Die transitie moet binnen maximaal drie decennia worden gerealiseerd.
Auto's op elektriciteit komen er aan en zijn al verkrijgbaar. Overheidsinstellingen zouden het voorbeeld kunnen geven om hiermee te gaan rijden (mits de stroom wordt afgenomen van een leverancier die 100% groene stroom garandeert).

De ambities liggen hoog, maar zijn niet onuitvoerbaar. Een hechte samenwerking tussen het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, woningbouwcorporaties, bedrijven en burgers zal noodzaak zijn.
Gemeenten vervullen een zeer belangrijke voorlichtende en faciliterende rol in dit geheel. Zij staan immers dicht bij de burger (loketfunctie), maar hebben ook een voorbeeldrol. Tevens vervult de gemeente de rol van vergunningverlener en handhaver.
Veel staat er op papier. Nu de uitwerking nog. Gemeenten moeten lokaal of binnen regionale samenwerking een klimaatactieplan opstellen afgestemd op het (eventuele) klimaatprogramma van de Provincie.

Nederland ‘produceert’ met elkaar circa 60 megaton (60.000.000.000 kilo) afval per jaar. Het is belangrijk daarmee zorgvuldig om te gaan. 

Het apart inzamelen van gft-afval is meestal heel zinvol en (milieu-)rendabel. Het Rijk heeft gemeenten vanaf eind 2008 wel meer vrijheid gegeven om ten aanzien van gft-inzameling af te wijken van de Wet milieubeheer.
Naast GFT zijn inmiddels ook afspraken gemaakt rond de inzameling van plastics. Bij het inzamelen van oud papier hebben van ouds kerken, verenigingen en instellingen een grote rol gespeeld. Deze rol kan op veel plaatsen versterkt worden, zeker als ze voorzien worden van financiële prikkels.

Zwerfafval is nog steeds één van de meest genoemde ergernissen onder de bevolking. Gemeenten moeten zoveel mogelijk maatregelen nemen om zwerfafval te voorkomen. Blijvende voorlichting hieromtrent is van groot belang. Handhavend optreden is noodzaak.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

De gemeente heeft naar de burger toe niet alleen een voorlichtende rol maar moet zich er terdege van bewust zijn dat er naar haar gekeken wordt (voorbeeldfunctie). Voorlichting

  • We wensen heldere voorlichting bij het in werking treden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het gaat hier om één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu.
  • We zijn voorstander van de ontwikkeling van een Natuur- en Milieu Educatief centrum.
    Hierbij willen we graag dat het Poldermuseum betrokken wordt bij de ontwikkeling. Vrijwilligers kunnen worden ingezet bij het geven van voorlichting op basis- en middelbare scholen. Ook speciale activiteiten zoals de Nationale Boomfeestdag kunnen vanuit dit centrum in samenwerking met bijvoorbeeld scholen worden georganiseerd. IVN (Instituut voor Natuurbeschermingseducatie) Nederland kan hierbij geraadpleegd worden (www.ivn.nl)
  • We willen dat Heerhugowaard mee doet met landelijke dagen rond afval, zwerfvuil, compost, etc. (Nederland Schoon, Opzoomeren e.d.) (http://www.afvalonline.nl/agenda). Hiermee kan Heerhugowaard extra acties ondernemen om afvalscheiding onder de aandacht te brengen bij de burgers. Individuele burgers, scholen en organisaties kunnen worden betrokken bij een zwerfafval-opruim-project.
  • We willen dat er afval gescheiden kan worden bij verzorgingshuizen en ziekenhuizen. De campagnes om afval te scheiden komen ongeloofwaardig over als grote afvalproducenten hun afval niet gescheiden kunnen aanbieden.
  • We willen dat burgers (door subsidieverstrekking) gestimuleerd worden om bij reconstructies van tuinen infiltratiekratten in de grond te plaatsen. Hiermee wordt het hemelwater, daar waar het valt, vastgehouden en langzaam in de bodem opgenomen.
  • We willen dat er een verplichting komt naar winkels, scholen en dergelijke om het ‘eigen erf’ schoon te houden.


Klimaat en energie

  • We wensen een klimaatactieplan met aandacht voor innovatieve ontwikkelingen.
  • De gemeente dient te streven naar leveringscontracten met energiebedrijven die gebaseerd zijn op 100% duurzame energie.
  • Bij bestaande gemeentelijke gebouwen streeft de gemeente naar een minimale energiebesparing van 2% per jaar en 40% opwekking en/of inkoop van duurzame energie.
  • Toepassen van moderne technieken bij verlichting in de openbare ruimte (o.a. LED-verlichting). We streven hierbij naar meetbare doelen (Door het gebruik van LED-verlichting kan er 30 tot 40% energie bespaard worden). Hierbij dient aangetekend te worden dat het gebruik van LED verlichting nog in de onderzoeksfase is. De ChristenUnie wil de resultaten afwachten. Op dit moment zien we meer in het fasegewijs dimmen van de straatverlichting.
  • Er is zorg voor een zuiniger en schoner eigen wagenpark (toepassen van roetfilters en/of gebruik van alternatieve brandstoffen).
  • Er moet rekening mee gehouden worden in lokale verkeers- en vervoersplannen dat CO2-emissiereductie integraal opgenomen wordt (aandacht besteden aan alternatieven voor de auto, fietsverkeer stimuleren en faciliteren).
  • Nieuwbouwwoningen worden in onze gemeente duurzaam gebouwd. We wensen dat particuliere woningeigenaren t.a.v. energiebesparende apparatuur geïnformeerd en ondersteunend worden. Hierbij valt te denken aan zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen en/of windenergie.
  • Het is overzichtelijke als er uniforme en actuele energievoorschriften in de te verstrekken milieuvergunningen en adequaat handhavingsbeleid in onze gemeente worden gehanteerd.
  • We vinden dat er samen met LTO of regionale of lokale agrarische organisaties uitgezocht moet worden op welke wijze agrarische ondernemers kunnen bijdragen aan het klimaat door vermindering uitstoot broeikasgassen, CO2 reductie of gebruik, duurzame energiebronnen etc.
  • Zorginstellingen, seniorenwoningen en bejaardencentra zullen kwalitatief goede klimaatreguleringstechnieken waaronder airco moeten hebben. Belangrijk is deugdelijke apparatuur. Natuurlijk zal het toenemende stroomverbruik van dit soort apparatuur duurzaam moeten worden ingekocht dan wel lokaal worden opgewekt.
  • Om Heerhugowaard klimaatproof te maken zal de gemeente samen met bijvoorbeeld het waterschap een waterplan opstellen en/of uitvoeren. Voldoende ruimte voor het bergen van water bij hevige neerslag is van groot belang om wateroverlast te voorkomen.
    · In de bestaande bouw van Heerhugowaard moet gewerkt worden aan duurzaamheidsmaatregelen.

<Terug


3.3 Mobiliteit

Trends en ontwikkelingen
De overheid heeft ten aanzien van het openbaar vervoer forse groeidoelstellingen; voor de trein 5% per jaar. Nieuwe systemen als TramPlus, RandstadRail, Stedenbaan en Light Rail bieden bijzondere kansen voor een duurzame verstedelijking gebaseerd op een hechtere band tussen mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling.
Ketenmobiliteit heeft steeds meer aandacht. De OV-fiets speelt hier een grote rol bij.
Voor doelgroepen (meestal jongeren en senioren) wordt het openbaar vervoer goedkoper.
Steeds vaker worden ter bevordering van het OV vrij liggende busbanen en transferia aan de grens van de steden aangelegd.
Het scheiden van verkeersstromen (bijvoorbeeld auto’s en fietsen) vindt steeds meer ingang.
In planologische ontwikkelingen wordt steeds meer rekening gehouden met de toenemende vraag aan mobiliteit door alle groepen in de samenleving.
De mobiliteitsvisies van overheden worden steeds beter op elkaar afgestemd en maatschappelijke organisaties zien steeds meer hun verantwoordelijkheid om wezenlijke bijdrages te leveren.
Voor de uitstoot van CO2 worden er door de Europese Unie steeds strakkere normen geformuleerd.
Op het gebied van veiligheid worden de eisen die gesteld worden aan voertuigen op een steeds hoger niveau gebracht en anderzijds worden er maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid op straat te verhogen.

De visie van de ChristenUnie
De overheid moet zorgen voor een goed niveau van infrastructuur voor wonen, arbeid, verkeer en telecommunicatie, zodat burgers economische, sociale en culturele activiteiten kunnen ontplooien en bedrijven hun werk kunnen doen.
De ChristenUnie laat zich leiden door drie criteria: veiligheid (o.a. verkeersveiligheid), milieu (bescherming van Gods schepping: mensen, dieren, groen) en leefbaarheid (lawaai, CO2, hoeveelheid groen, etc.).
Ruimtelijk beleid legt veelal de basis voor het mobiliteitsbeleid. Hoe integraler deze twee beleidsterreinen benaderd worden, hoe beter. Dit vergt een langetermijnvisie. Mobiliteit is zowel een groot goed als een probleem (vervuiling, lawaai e.d.). Het is zaak een goede balans te vinden en de (auto)mobiliteitsstromen te beheersen.

De ChristenUnie pleit daarom voor:
Terugdringen automobiliteit
Niet alleen de overheid, maar ook de burgers hebben een grote verantwoordelijkheid om bewust met mobiliteit om te gaan, vanwege de effecten op de kwaliteit van de leefomgeving en het ruimtebeslag van wegen. Het terugdringen van de automobiliteit is een belangrijk thema

Bereikbaarheid en toegankelijkheid
· Voer bij het opstellen van plannen met betrekking tot ruimtelijke ordening een bereikbaarheidstoets en toegankelijkheidstoets in. Hiermee wordt bereikt dat er met de mobiliteit efficiënt wordt omgegaan
· In woonwijken worden bij voorkeur 30 kilometer zones aangelegd.

Openbaar Vervoer
In de meeste gevallen is de gemeente niet verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. Toch moeten de mogelijkheden om invloed uit te oefenen niet worden onderschat. De gemeente zal zich pro-actief opstellen richting die overheden die verantwoordelijk zijn voor het openbaar vervoer. Hierbij gaat het ook over het railvervoer.
· We zijn enthousiast om combinaties in het doelgroepen vervoer (regiotaxi’s, scholierenvervoer, WMO vervoer etc.). te organiseren.
· We willen dat de gemeente haar verplichtingen met betrekking tot het scholierenvervoer royaal nakomt.
· We steunen de herontwikkeling van het stationsgebied. Wel dient er een goede communicatie te worden gevoerd met de omliggende bedrijven en met de naaste inwoners.

Fietsbeleid
· Er moet een uitgebreid fietsbeleid op papier staan, dat actief wordt uitgevoerd en gemonitord en waarvoor een apart budget is binnen de begroting.
· We willen de fietsroutes binnen de gemeente zo veel mogelijk scheiden van het overige verkeer.
· We zien graag dat op rotondes binnen de bebouwde kom de fiets altijd voorrang krijgt.
· In de Middenwaard, de Centrumwaard, bij het station, de bushaltes en bij ’attractiepunten’ moeten voldoende mogelijkheden komen voor fietsparkeren, bij voorkeur in de vorm van bewaakte stallingen
· De gemeente werkt actief mee aan het realiseren van verkeerslessen bijvoorbeeld op de scholen en bij instellingen.

Parkeren

Er zijn prachtige parkeervoorzieningen gerealiseerd in het Stadshart. We vinden dat de kosten van de parkeergarages gedekt moeten worden uit de parkeertarieven. Na de start van het parkeerregime, blijkt dat dit regime rechtvaardiger ingericht dient te worden, waarbij men betaalt in verhouding met de tijd waarin men parkeert.

Achteraf betalen heeft bij het betaald parkeren de voorkeur. De wijken, waar inwoners last hebben van parkeerders, die daar niet wonen, dienen blijvend gecompenseerd te worden met een kosteloze parkeervergunning. 

<Terug


3.4 Economie

Trends en ontwikkelingen
Bij het schrijven van dit programma zit Nederland in een stevige recessie. Hoe de economische ontwikkelingen in de komende jaren zullen zijn, valt onmogelijk te voorspellen. Naast bedreigingen zoals afnemende bedrijvigheid en toenemende werkloosheid, biedt deze situatie ook kansen om tot een duurzamere economie te komen.
Mede door de toegenomen scholingsgraad van de beroepsbevolking en de stijging van de kosten van arbeid wordt de Nederlandse economie steeds meer een kenniseconomie. Dat leidt tot een verschuiving van industriële bedrijvigheid naar dienstverlening. Dat heeft zijn weerslag op locaties en inrichting van bedrijventerreinen. Op veel bedrijventerreinen heeft parkmanagement zijn intrede gedaan. Vooral met het doel de veiligheid te vergroten.
De detailhandel is grootschaliger geworden. Vaak zijn (oude) bedrijven terreinen niet meer effectief en efficiënt ingericht. In de loop van de jaren is verrommeling ontstaan. Herstructurering kan een beter grondgebruik en daarmee een betere bedrijfsvoering voor de ondernemers opleveren. Ondernemers stellen hoge eisen aan het vestigingsklimaat dat in de gemeente te vinden is. Een belangrijk element daarin is de fysieke en digitale bereikbaarheid van de locatie. Infrastructuur zonder files en de beschikbaarheid van een breedband internetaansluiting zijn belangrijke trekkers van bedrijven geworden. Net als de beschikbaarheid van goed gekwalificeerde beroepsbevolking.
Landbouw blijft in Nederland een economische factor van betekenis. De sector heeft bovendien steeds meer oog voor het belang van duurzaamheid en is ook bereid een bijdrage te leveren aan een kwalitatief goed beheer van het buitengebied.

De visie van de ChristenUnie
Werk is een belangrijk middel om de gaven en talenten waarmee God de mens gesierd heeft, te ontplooien. Bovendien draagt werken bij aan het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en is het een goed middel om een inkomen te verwerven waarmee voorzien kan worden in de eigen levensbehoeften en die van anderen.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • In verband met de recessie willen we dat investeringen in positieve zaken als onderwijshuisvesting, aanleg van fietspaden, verkeersveiligheid en dergelijke naar voren gehaald worden.
  • We wensen dat er een overlegplatform in het leven geroepen wordt waarin minimaal de gemeente en het bedrijfsleven zitten, maar bij voorkeur ook instellingen als het vmbo, met als doel om de ontwikkelingen in de economie goed in de gaten te houden.

Werkgelegenheid en werkloosheid

  • We wensen dat het scheppen van werkgelegenheid bevorderd wordt die past bij de behoeften van de beroepsbevolking. Zo wordt woon-werkverkeer teruggedrongen en het beroep op bijstand verminderd. Gerichte bedrijfsacquisitie en regionale samenwerking vergemakkelijken dit.
  • Werkgelegenheid voor jongeren dient extra aandacht te krijgen, zeker in een periode van crisis waarbij jongeren een groot risico lopen om na het schoolverlaten geen werk te kunnen vinden.
  • Het is noodzakelijk dat de gemeente bevordert dat bedrijven stageplaatsen aanbieden aan hen die moeilijk een plaats kunnen vinden op de arbeidsmarkt en laat de gemeente daarbij zelf het goede voorbeeld geven.
  • We willen dat werk in de prostitutie, gokhallen en coffeeshops niet als passende arbeid beschouwd wordt voor werkzoekenden.
  • We vinden dat het opvoeden van kleine, nog niet schoolgaande kinderen als passend werk voor alleenstaande ouders met gezinsverantwoordelijkheid beschouwd kan worden. We stimuleren in die situaties verdere scholing. De keuze van zorg voor de kinderen blijft zwaarwegend, indien het jongste kind onder de 5 jaar is of in de situatie waar zorg geboden wordt aan een gehandicapt kind onder 18 jaar.
  • We willen dat de Wet werk en bijstand ruimhartig uitgevoerd wordt, zowel wat het inkomens- als het werkdeel betreft.

Bloeiende binnensteden

  • De ChristenUnie zou het liefst zien dat de winkels in Heerhugowaard op zondag gesloten zijn. Vooral kleine ondernemers hebben grote moeite om zich staande te houden als op zondag de winkels geopend zijn. Daar er reeds een situatie bestaat van 12 zondagen per jaar waar de winkels op zondag geopend mogen zijn, willen wij geen verruiming van deze openingstijden.
    We willen zo weinig mogelijk zondagsopenstelling van winkels (inclusief avondopenstelling van supermarkten op zondag).
  • Voor de bevoorrading van winkels in de Middenwaard en Centrumwaard dienen ruime venstertijden gehanteerd te worden. De  hinder voor het winkelend publiek of de aanwonenden daartegen af dient afgewogen te worden tegen het belang van de winkeliers.
  • In het kader van de leefbaarheid dient leegstand van woningen boven winkels zoveel mogelijk voorkomen te worden.

Vestigingsbeleid en detailhandelsbeleid

  • Bij (het subsidiëren van) bedrijfsvestigingen moet duurzaamheid als factor zwaar meewegen.
  • In de Noord is het van belang dat een combinatie van functies (detailhandel, bibliotheek, bank etc.) aanwezig blijft.
  • De bedrijventerreinen dienen optimaal voor openbaar vervoer en fietsverkeer ontsloten te kunnen worden.
  • Bedrijfsterrein “De Vork” moet zoveel als mogelijk is duurzaam ingericht worden zoals in het beleid is voorgenomen. Bij voorkeuren functioneert het terrein klimaatneutraal.
  • Het revitaliseren van bestaande bedrijfsterreinen blijft noodzakelijk.
  • Landbouwbedrijven krijgen ruimhartig de mogelijkheden nevenactiviteiten uit te voeren voor zover deze niet ten koste gaan van de kwaliteit van het buitengebied. Zij krijgen ook de ruimte voor een moderne bedrijfsvoering door perceelsvergroting als deze een bijdrage levert aan de verduurzaming van de bedrijfstak.
  • We willen dat initiatieven tot zorgboerderijen gesteund worden door de gemeente.

Recreatie 

  • We wensen aan de randen van Heerhugowaard voldoende uitloopgebied met een recreatieve functie.
  • Het is een wens om een kano-netwerk met aanlegplaatsen op natuurlijke punten aan te leggen.
  • De herinrichting van het Waarderhout moet na aanleg van de ringweg langs het Waardeerhout zo spoedig mogelijk gerealiseerd worden. 

<Terug
 

4 Bloeiende samenleving

 

Burgers zijn er in vele soorten en maten. Van jong tot oud. Van deelnemer aan een sportactiviteit tot bezoeker aan een monument. Van kind die de basisschool bezoekt tot oudere die gebruik maakt van huishoudelijke hulp.
De ChristenUnie zal zich vooral inzetten voor gemeentelijke voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de kwetsbaren in onze samenleving en hen hiermee een goede en herkenbare plaats in de maatschappij geven.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt mogelijkheden om aan die inwoners die een beroep doen op ondersteunende begeleiding gehoor te geven en passende hulp beschikbaar te stellen. De ChristenUnie wil zich ook sterk maken voor herkenbare en toegankelijke instellingen en voorzieningen voor de burger en dus kritisch kijken naar schaalvergrotingen. Over de toenemende bureaucratisering maakt de ChristenUnie zich zorgen.

De samenleving is er naar de mening van de ChristenUnie mee gebaat dat er aandacht is voor het publieke, voor het gezamenlijke, voor wat ons bindt. Wij willen vanuit de Bijbelse opdracht graag meewerken aan een samenleving waarin we ‘omzien naar elkaar’.
De ChristenUnie is van mening dat er in een ‘samenleving met samenhang’ geïnvesteerd moet worden. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt naar onze mening mogelijkheden om aan die in de samenleving noodzakelijke ‘sociale cohesie’ met elkaar te werken.
Het verenigingsleven, buurtwerk, jongerenwerk e.d. moet gestimuleerd worden. Belangrijke samenbindende voorzieningen als kinderboerderijen, volkstuinen, goed functionerende buurthuizen en buurtwinkels moeten beschermd worden.

Voor bloei zijn zowel fundamentele vrijheden (vrijheid van godsdienst, meningsuiting, vereniging en onderwijs), als ook gedeelde waarden en normen nodig. Geen vrijheid zonder verbondenheid. Geen vrijheid van godsdienst en vereniging zonder een fundamentele erkenning van de democratische rechtsstaat. Geen vrijheid van meningsuiting zonder wederzijdse erkenning van menselijke waardigheid. Geen vrijheid van onderwijs zonder kwaliteitseisen.

Tot slot is ook belangrijk om processen van isolatie, polarisatie en radicalisering tegen te gaan door het (weer opnieuw) erbij betrekken van mensen die dreigen af te glijden of zich af te keren van de Nederlandse samenleving en democratische rechtsorde. Daarbij dient vooral gedacht te worden aan scholing, stages en werk. Dit is primair een zaak van het lokale bestuur, van preventie, signalering en interventie. Dat moet gebeuren samen met professionals als wijkagenten, jeugdwerkers en leraren en ingebed in het lokale beleid op het terrein van veiligheid, integratie, werk, jeugd e.d.

<Terug

4.1 Jeugd, gezin en onderwijs

Trends en ontwikkelingen
Het gezin is de hoeksteen van de samenleving, maar het gezin staat er de laatste jaren in toenemende mate alleen voor. Er zijn gaten ontstaan in de pedagogische infrastructuur: familie, buurt, kerk en andere elementen van de traditionele leefomgeving spelen een steeds kleiner wordende rol en zijn niet langer vanzelfsprekende opvoedingspartners van de ouders.

De visie van de ChristenUnie
Het gezin is de basis van kinderen, ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Maar niet alleen het gezin moet een gezonde basis zijn, ook de directe omgeving waarin kinderen opgroeien en gezinnen functioneren: het sociale netwerk. De ChristenUnie wil zich inzetten voor het versterken van de kringen rond gezinnen. We vinden relaties belangrijk, relaties waarin waarden en normen worden uitgewisseld.
De Centra voor Jeugd en Gezin gaan ouders en kinderen ondersteunen bij het opvoeden en opgroeien. Door de komst van Centra voor Jeugd en Gezin heeft de gemeente een belangrijk middel in huis om werk te maken van preventie en om de zorglijnen kort te houden en adequaat op te treden bij ontsporingen tijdens de opvoeding van de jeugd.

Door een rijk aanbod van opleiding, cultuur en sport kunnen jongeren de vaardigheden en de kennis opdoen die zij nodig hebben in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Scholen moeten alle ruimte krijgen om zich te kunnen richten op hun kerntaak: het geven van goed onderwijs. De opvoedingsverantwoordelijkheid ligt bij de ouders en mag niet worden uitbesteed aan de school of aan andere instellingen rond het kind. Het is belangrijk dat kinderen onderwijs aangeboden krijgen op hun niveau en dat ze een diploma kunnen halen. Het onderwijs dient alle wettelijke mogelijkheden te benutten om spijbelen en schooluitval tegen te gaan. Ouders (en vooral ook de jongeren) moeten ervan doordrongen worden dat schooluitval veel minder kansen in de samenleving biedt door het ontbreken van startkwalificaties. Lokale samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven moet resulteren in een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) is vooral voor achterstandskinderen van groot belang. Een goede aansluiting van dit taalonderwijs met het vroegschoolse onderwijs (groep 1 en 2 van het primair onderwijs) is van belang. Goede afspraken hierover met het onderwijs zijn belangrijk.
Verder kan een gemeente actief de ‘doelgroepkinderen’ voor dit VVE beleid opzoeken. Dat kan op consultatiebureaus (actief stimuleringsbeleid om ouders aan te moedigen hun kind naar een peuterspeelzaal of kinderopvang te brengen die VVE aanbiedt), maar ook door afspraken met de kinderopvangaanbieders te maken om VVE daar aan te bieden als er kinderen aanwezig zijn die dit nodig hebben. Het Rijk stelt hiervoor geld ter beschikking aan gemeenten.

De problematiek van alcohol- en drugsgebruik, vernielingen en overlast vraagt een integrale aanpak vanuit zorg en repressie. De ChristenUnie ziet jongeren graag gezond opgroeien en zal daarom initiatieven die gezond gedrag stimuleren steunen. Gok-, game- en drankverslaving bij jongeren willen we tegengaan. Eenzaamheid onder jongeren is één van de oorzaken van de vlucht naar verslaving. De ChristenUnie wil deze vereenzaming aanpakken door het verstevigen van het netwerk rond jongeren.
Jongeren hebben ruimte nodig, de ChristenUnie wil ze die ruimte bieden en daarbij voorzieningen voor de jeugd realiseren en behouden. Het Kompleks dient ruimhartig gesubsidieerd te worden. De woonomgeving moet voor jongeren een positieve uitstraling hebben. We pleiten voor gezinsvriendelijke veilige wijken, waar ruimte is om te spelen en te sporten en om elkaar te ontmoeten.

De ChristenUnie wil dat in de zorgketen de regierol op het inzetten van interventies van verschillende instanties bij de wethouder komt te liggen. Het jeugdbeleid vraagt om visionaire, inhoudelijk regie en niet alleen stroomlijnen van processen. Vooral de beleidsterreinen onderwijs, veiligheid en volksgezondheid en zorg zullen onderling afgestemd moeten worden om het jeugdbeleid tot een succes te laten zijn.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • We willen dat Heerhugowaard gezinsproof wordt (het gemeentelijk beleid gezinsvriendelijk maken door in te zetten op veilige wijken, op ondersteuning van ouders en op het integraal aanpakken van problemen (dus in het gezin)).
  • We zijn voorstander van een wethouder voor jeugd en gezin aan met een apart programma jeugd en gezin in de begroting op.
  • Er dienen ontmoetingsplaatsen gecreëerd te worden voor ouders in wijken
  • We willen op een positieve manier het gesprek over opvoeden bevorderen.
  • In 2011 moet in elke gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) operationeel zijn.
  • We wensen een jeugdzorgbeleid dat zich kenmerkt door een goede afstemming tussen betrokken partijen waardoor het kind de zorg krijgt waar het recht op heeft (CJG, Verwijsindex, sluitende aanpak, zorgcoördinatie).
  • We wensen een interactie tussen de zorgcoördinatie en de scholen.
  • We wensen toezicht op de kwaliteit van de kinderopvangcentra en buitenschoolse opvang.
  • De hangplekken / activiteitenplekken / playgrounds moeten goed worden gefaciliteerd door de gemeente..
  • We willen dat kinder-/sport- en speelplaatsen drugs/blowvrij (door aanpassen van de APV) worden.
  • We zijn voorstander van het aanbieden van cursussen aan mensen die van plan zijn om in het huwelijk te treden, dit om een basis te leggen voor een grotere kans op een stabiel, gelukkig huwelijk.
  • We wensen preventie van echtscheidingen (via huwelijks- of relatiecursussen) en hulpaanbod bij en na een echtscheiding, vooral gericht op (emotionele) problemen bij kinderen en co-ouderschap.
  • Bedrijven dienen gestimuleerd te worden leerwerkplekken te creëren.
  • Met de Wet maatschappelijke ondersteuning (prestatieveld 2) hebben gemeenten de opdracht gekregen preventieve ondersteuning te bieden aan jeugdigen en hun ouders bij het opgroeien en opvoeden. We zijn voorstander van afstemming en aansluiting tussen de WMO, de CJG, het jongerenwerk, scouting, het onderwijs, politie e.d.

<Terug


4.2 Zorg, welzijn en sociale zaken

Trends en ontwikkelingen
Binnen de zorg merken we de gevolgen van het ‘marktdenken’. Deze zijn lang niet altijd positief.
Ontwikkelingen als gevolg van het groeiend aantal ouderen (‘verzilvering’) zullen ook de komende jaren actueel zijn.
Ook de gevolgen van ongezonde levensstijlen en verslavingen zullen merkbaar zijn.
Op dit moment verkeert de wereld in een economische crisis. Een toenemende werkloosheid, het voorkomen dat een jonge generatie ‘verloren’ gaat en om gaan met een ruime arbeidsmarkt zijn uitdagingen waarmee de sector ‘sociale zaken’ te maken krijgt.
Daarnaast hebben we te maken met een groei in het aantal sociale regelingen waardoor de toegankelijkheid er voor de burger niet eenvoudiger op wordt. Ook de grotere vraag naar vrijwilligers en de toename van de alleenstaanden stelt ons de komende jaren voor de nodige uitdagingen.

De visie van de ChristenUnie
De ChristenUnie vindt het belangrijk dat er vanuit de overheid aandacht is voor de kwetsbaren in onze samenleving. De Bijbel geeft ons op diverse plaatsen aan dat Christenen oog moeten hebben voor de zwakkere medemens in onze samenleving. Bij het inzetten van het marktmechanisme moet steeds de positie en het belang van de zorgvrager centraal staan. Deze aandacht dient er ook te zijn wanneer schaalvergroting van instellingen wordt overwogen.
De ChristenUnie zal zich steeds weer sterk maken voor de positie van chronisch zieken.
De overheid dient een nadrukkelijke rol te blijven vervullen waar het gaat om zorg voor onze burgers en inkomensondersteunende maatregelen voor mensen die niet kunnen werken.
Van groot belang is dat er een actief en uitnodigend beleid is waardoor mensen via een werksituatie aan de slag kunnen. Zoveel mogelijk moet geprobeerd worden dat iedereen mee doet. Maar ook daar geldt weer dat wanneer dat niet mogelijk is de overheid er voor zorgt dat er in de sfeer van financiële vergoeding een goed, bekend en toegankelijk vangnet is.
Toch wil de ChristenUnie hier niet een berustende houding innemen. Zo veel mogelijk moeten belemmeringen om een actieve bijdrage in onze samenleving te vervullen weggenomen worden. Kwetsbare burgers moeten in staat gesteld worden hun eigen levenspatroon vorm te geven.
Na de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is nog duidelijker geworden dat een sterk georganiseerd vrijwilligerswerk noodzakelijk is.
Kwetsbaar zijn tenslotte ook de burgers die als gevolg van hun verslaving aan de onderkant van onze samenleving terecht dreigen te komen of zijn gekomen. Op dit onderdeel mogen we geen berustende houding innemen. We moeten voor een goede opvang zorgen en nog veel meer investeren in preventie om verslavingsproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen.

Voor de ChristenUnie geldt het gezin als hoeksteen van de samenleving. Daarnaast moeten we ook aandacht hebben voor sterk groeiende groep alleenstaanden. De vergrijzing in Heerhugowaard vraagt om maatregelen ten aanzien van levensbestendige woningen en ten aanzien van een goede zorg voor de senioren. De ouderenbonden hebben een signaalfunctie voor wat betreft de behoeften van onze oudere inwoners.
Er moet meer inspanning verricht worden om de ouderen te informeren over de mogelijkheden van financiële, sociale en materiele ondersteuning.
Vrijwilligersorganisaties, die hulp bieden, dienen gefaciliteerd te worden door de gemeente.

Sport speelt in onze huidige samenleving een belangrijke rol. Veel mensen genieten van het beoefenen van een sport of het kijken er naar. De ChristenUnie ziet voor de gemeente vooral een faciliterende rol weggelegd. Daarnaast kan de sport een gunstige invloed hebben op het terrein van gezondheid, integratie, bevorderen gemeenschapszin e.d.
Voor het faciliteren van de profsport ziet de ChristenUnie geen belangrijke bijdrage weggelegd voor de lokale overheid.
Cultuur manifesteert zich op tal van manieren in onze samenleving. Kunst, musea, muziek, toneel e.d. zijn in onze samenleving niet weg te denken. Bovendien zijn we trots op het culturele erfgoed in de vorm van gebouwen, stadsgezichten en cultuurlandschappen.
Cultuur is van groot belang voor de samenhang in de stad. Het nieuwe culturele centrum Cool gaat zich steeds meer profileren als ontmoetingsplaats waar cultuur en kunst en muziek een belangrijke plaats innemen. Bibliotheken en buurthuizen (verenigingsleven!) moeten gestimuleerd en beschermd worden. De ChristenUnie is van mening dat de overheid in de voorwaardenscheppende sfeer een taak heeft. We zijn tegen het subsidiëren van commerciële organisaties.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • Al het bestaande beleid en regelgeving moet zoveel mogelijk echt ’in de etalage’ gezet worden voordat de gemeente de inwoners weer oproept om aan nieuwe dingen te beginnen. Het niet-gebruik van regelingen door burgers is nog veel te hoog. Bovendien maakt het grote aantal regelingen het er voor de burger niet duidelijker op. Er moet een actief beleidsthema komen om hierin verbetering aan te brengen.
  • Het is nodig om buren te betrekken en te faciliteren bij hulpsituaties, zodat de kosten niet in alle gevallen op de beroepskrachten van de WMO (gemeenten) afgewenteld worden bij bezoek aan ziekenhuis, boodschappen doen, tandarts, etc.
  • We willen dat er geïnvesteerd wordt in een breed ouderenbeleid, waar de ouderen ook zelf actief bij betrokken worden
  • We wensen dat er beleid ontwikkeld wordt voor de groeiende groep alleenstaanden.We denken hierbij aan woningen voor alleenstaanden
  • Het is nodig dat er een ruim aanbod van plaatsen voor begeleid wonen kan worden gerealiseerd. Medeburgers die om welke reden niet in staat zijn om (tijdelijk) zelfstandig te wonen, moet een vorm van begeleid wonen worden aangeboden.
  • In Heerhugowaard, die inmiddels ruim 50.000 inwoners heeft dienen een aantal crisisplaatsen gerealiseerd te worden, liefst in samenwerking met het Leger des Heils daar deze organisatie reeds een steunpunt binnen Heerhugowaard heeft.
  • De gemeente kan samenwerking stimuleren tussen sportclubs van verschillende sporten, om zo een afwisselend aanbod te creëren en meer faciliteiten te bieden én de activiteiten voor een ieder bereikbaar te maken. Er kan beleid gemaakt worden waarmee de integratie van diverse bevolkingsgroepen wordt bevorderd. De gemeente kan hierin een stimulerende rol vervullen.
  • De openbare gebouwen, zoals bibliotheken kunnen opengesteld worden voor kunstenaars.    We willen de amateurkunst en de betrokkenheid en creativiteit van nieuwe culturen stimuleren bij de bestaande activiteiten.

 <Terug

4.3 Sociale samenhang

Trends en ontwikkelingen
Zowel in steden als op het platteland staat de sociale samenhang onder druk. Op het platteland spelen vooral factoren als bevolkingskrimp, vergrijzing en de vicieuze cirkel van afnemende koopkrachtbinding en afnemend voorzieningenaanbod. In de steden spelen vooral de toenemende pluriformiteit en het uit elkaar groeien van bevolkingsgroepen. In algemene zin vragen de toename van het aantal éénpersoonshuishoudens en meer eenzaamheid om politieke aandacht.
Het in gang gezette proces van individualisering heeft de noodzakelijke sociale cohesie in een samenleving onder druk gezet. Voeg daarbij ontwikkelingen zoals tolerantievermindering, afname van sociale verantwoordelijkheid en betrokkenheid, dan is duidelijk waaraan ook de lokale overheid de komende jaren aandacht moet besteden.

De visie van de ChristenUnie
Bewogenheid is een belangrijke drijfveer om als overheid te investeren in onze samenleving. De Bijbel geeft praktische invulling aan die bewogenheid. Omzien naar onze naaste blijft echter een belangrijk speerpunt als het gaat om het samenleven in stad, dorp, wijk of buurt.
In kleine kernen is de sociale cohesie een zeer belangrijk aspect voor de leefbaarheid in die kernen.
De ChristenUnie is van mening dat het gemeentebeleid invulling moet geven aan een duurzame samenleving. Te veel wordt een standpunt van een groepering verheven tot een tegenstelling die er naar onze mening niet moet zijn. Zonder onze eigen principes geweld aan te doen, moeten we respect opbrengen voor de ander.
We willen als politieke partij geen inbreuk maken op persoonlijk leven van de burger. Wij vinden het wel belangrijk dat verschillende groepen met elkaar in gesprek komen. Sociale cohesie ontstaat voor ons pas als er sprake is van: samenwerking tussen inwoners van een dorp of wijk, onderlinge solidariteit ervaren wordt en er sprake is van betrokkenheid op elkaar. Wij zijn van mening dat verenigingen en kerken al een belangrijke bijdrage aan sociale cohesie leveren. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning willen we als (één van de) instrumenten hier voor gebruiken.
De ChristenUnie constateert dat de meeste burgers gelukkig goed in staat zijn hun eigen ‘levenspad’ vorm te geven. Wij willen er vooral zijn voor die burgers die dat niet kunnen. Het gemeentelijk beleid moet er op gericht zijn op zoek te gaan naar kwetsbare medeburgers.

De ChristenUnie pleit daarom voor:

  • We wensen dat Kern8 de opdracht krijgt voor een integraal beleid op het gebied van welzijn (club- en buurthuiswerk en maatschappelijk werk), integratie, jeugdzorg, veiligheid en sport in relatie tot de brede (buurt)school.
  • We willen dat er mogelijkheden komen om meer jongeren deel te laten nemen aan verenigingsactiviteiten.
  • We vragen meer aandacht voor voorzieningen voor die inwoners die minder mobiel zijn. Het ontbreken van openbaar vervoer kan de oorzaak zijn dat minder mobile inwoners in een isolement raken. Ook de senioren lopen op dit gebied een risico.
  • Het buurtbeheer van speeltuinen, hangplekken, uitleenpunten voor sport en spel e.d. kan door de gemeente gestimuleerd worden, mensen voelen zich meer verantwoordelijk als men het beheer heeft over de voorzieningen.

In een samenleving, waarin we afnemende betrokkenheid constateren, zoeken we antwoord op de vraag hoe we kunnen ‘verbinden’ en mensen het gevoel hebben/krijgen erbij te horen, ertoe te doen, serieus genomen worden. Oftewel: hoe kunnen we participatie vergroten?
Eigenlijk is dit het onderwerp waar het allemaal om draait. Omzien naar elkaar is ook een Bijbelse opdracht.
Wij wensen dat de projecten in het kader van Actief Burgerschap, Zo kan het ook, gecontinueerd worden om de sociale cohesie te bevorderen.

 <Terug